Met de toenemende digitalisering wordt ook steeds meer gebruikgemaakt van lokalisatiesystemen om te traceren waar personen en objecten zich op elk ogenblik bevinden. De GPos Experts Group brengt een aantal belangrijke spelers in dat domein samen om een nieuwe standaard te ontwikkelen die data over identificatie en lokalisatie meer context moet geven om te komen tot wat het ‘spatial intellgence’ noemt.

De GPos Experts Group is een samenwerkingsverband tussen de OPC Foundation, AIM en Profibus & Profinet International (PI). De groep werkt aan een nieuwe OPC UA companion specification voor identificatie en lokalisatie. Companion specifications zijn gestandaardiseerde datamodellen die in de wereld van OPC UA gebruikt worden om data context te geven zodat de betekenis ondubbelzinnig vastgelegd wordt.
In lokalisatie is dat geen overbodige luxe want er bestaan heel wat technologieën die alle in een of andere vorm weergeven waar iets zich bevindt. Op grotere schaal kennen we het GPS-systeem dat globale coördinaten oplevert volgens de WGS 84 standaard. Voor indoor toepassingen wordt meestal een lokaal coördinatensysteem gebruikt en daarin bestaan nogal wat variaties. Een systeem op basis van Ultra-wide band (UWB) kan de positie van een object bijvoorbeeld aangeven via de afstand tot een beacon. Een lasser scanner kan bepalen onder welke hoek een object zich bevindt ten opzichte van een referentiepunt. En zo zijn er nog tal van voorbeelden.
In zogenaamde Real Time Location Systems (RTLS) is UWB een veel gebruikte technologie, naast 5G, RFID en soms ook Wifi. In heel wat toepassingen zoals mobiele robots wordt vaak ook gebruikgemaakt van visiesystemen om een positie te bepalen. Het visiesystemen zoekt in een beeld dan naar vaste herkenningspunten om zijn positie ten opzichte van die punten te bepalen.
Het doel van de companion specification is om te komen tot een universele standaard die lokalisatiedata onafhankelijk maakt van de technologie die gebruikt werd om de data te bepalen. Op zich is dat niet nieuw want de Omlox standaard – die beheerd wordt door Profibus & Profinet International – deed dat al. De standaard voorziet in het gebruik van een hub die data uit een toepassing verzamelt en vervolgens op een neutrale manier ter beschikking stelt van andere systemen. Voor globale data wordt typisch gebruikgemaakt van WGS 84. Voor lokale data levert Omlox cartesiaanse coördinaten (x, y, z) ten opzichte van een vooraf bepaald referentiepunt.
Ook de OPC Foundation maakt in de companion specificiations het onderscheid tussen ‘Global Positioning’ en ‘Relative Spatial Location’. In het laatste geval kan zoals in Omlox gewerkt worden met een lokaal assenstelsel met een bepaald nulpunt maar het kan in bepaalde toepassingen ook gebruikt worden om relatieve posities van objecten ten opzichte van elkaar eenduidig aan te geven. In de standaard is ook voorzien dat coördinaten in een lokaal systeem via de positie van het nulpunt omgezet kunnen worden in globale coördinaten. Op die manier kan een lokaal orkestratiesysteem voor mobiele robots, bijvoorbeeld, gebruik maken van de lokale coördinaten van de machines terwijl een asset management systeem misschien meer heeft aan de globale coördinaten.
Technisch gezien is dat allemaal niet zo revolutionair omdat het omrekenen van coördinaten uiteindelijk een relatief eenvoudige oefening is. Maar de GPos Experts Group is veel ambitieuzer in zijn doelstellingen en de markt lijkt met de toenemende digitalisering ook steeds verder te willen gaan in het gebruik van lokalisatiedata.
Een veel gebruikte toepassing van lokalisatie is asset management om te traceren waar goederen zich op elk moment bevinden, wat uiteindelijk een vrij passieve toepassing is. Maar het traceren van bewegingen kan ook gebruikt worden in het beheer van processen om nieuwe acties te triggeren. Een object dat op zijn bestemming aankomt, kan bijvoorbeeld betekenen dat een order is afgehandeld en dat overgegaan kan worden op de facturatie. De vaststelling dat bepaalde goederen niet meer bewegen, zou kunnen betekenen dat er een probleem is in een logistieke flow dat onderzocht moet worden. Lokalisatiesystemen worden soms ook gebruikt op mensen in bepaalde safety toepassingen waarbij een te lang verblijf binnen bepaalde coördinaten bijvoorbeeld kan aangeven dat iemand mogelijks in gevaar is.
De GPos Experts Group spreekt in al dat soort situaties over ruimtelijke intelligentie. Het gaat daarbij niet alleen over de positie van objecten en/of mensen maar over wat dat betekent en wat die positie zegt over de toestand van bepaalde processen. Daarbij wordt ook de link gelegd naar artificiële intelligentie waar het verrijken van data met lokalisatiedata een tool kan zijn om de AI te laten observeren wat er gebeurt in de wereld – een beetje naar analogie met en/of als aanvulling op hoe visiesystemen kunnen observeren wat er gebeurt. Met name in toepassingen rond physical AI wordt dat een belangrijk thema.
De companion specification moet dat mogelijk maken door real time data streams met lokalisatiedata te faciliteren en door een semantische laag te creëren die duiding geeft bij de coördinaten die door een Omlox systeem gegenereerd worden.
© Productivity.be, 07/06/2026
15/09 - 19/09: AMB, Messe Stuttgart (D)
24/11 - 26/11: SPS, Neurenberg (D)
23/02/27 - 26/02/27: Anuga FoodTec, Keulen
17/03/27 - 18/03/27: M+R, Antwerp Expo (B)
05/04/27 - 08/04/27: Hannover Messe, Hannover (D)
12/04/27 - 14/04/27: BEDEX, Brussels Expo (B)
14/06/27 - 18/06/27: ACHEMA, Frankfurt am Main (D)
22/06/27 - 25/06/27: Automatica, München (D)